De regeling

Continuïteit in de cloud vergt een goede continuïteitsregeling. De makkelijkste en meest kostenefficiënte weg is wanneer de clouddienstverlener deze regeling zelf treft en haar afnemers de mogelijkheid geeft om hierin te participeren. Natuurlijk kan de clouddienstverlener niet op haar eigen houtje garanderen dat de clouddienst blijft doordraaien ondanks een faillissement. Daarom moet er een derde onafhankelijke entiteit betrokken worden om deze taak te vervullen (de Stichting Continuïteit Internetdiensten).

De Stichting Continuïteit Internetdiensten sluit een raamovereenkomst met de clouddienstverlener over hoe de continuïteit het beste geregeld kan worden. De inhoud van deze overeenkomst zal afhangen van de soort dienst (IaaS, PaaS of SaaS), waar het eigendom ligt van de verschillende onderdelen binnen de onderneming en waartoe de clouddienstverlener bereid is.

De afnemer kan vervolgens toetreden tot de mantelovereenkomst middels een derdenbeding. Een derdenbeding houdt het volgende in: een bepaling (beding) in een overeenkomst waar een derde, dus een partij die geen partij is bij de betreffende overeenkomst, een beroep op kan doen en hetgeen de derde aldus (bijvoorbeeld door een verklaring) kan aanvaarden. Het derdenbeding hoeft alleen aanvaard te worden door de afnemer. De afnemer wordt hier ook wel begunstigde genoemd, daar hij of zij begunstigde is van de overeenkomst.

Op het moment dat de continuïteit daadwerkelijk in gevaar is, kan de afnemer aankloppen bij de Stichting Continuïteit Internetdiensten op grond van het derdenbeding. De stichting zal zich vervolgens inzetten om de diensten nog een poosje draaiend te houden.

Jurist, fiscalist en register valuator

Over het algemeen is er niet alleen juridische kennis nodig om de continuïteitsregeling in te richten, maar ook een fiscalist en/of accountant. Zo moet goed gekeken worden naar de eventuele gevolgen voor een aanspraak onder de WBSO-regeling of Innovatiebox. Er kunnen ook waarderingsvraagstukken spelen, en daarbij is er (soms) een register valuator nodig.

Kan het makkelijker?

Ja en nee. Het antwoord is ‘ja’ als de afnemer op zoek is naar een gedeeltelijke oplossing die, bijvoorbeeld, het direct offline gaan van de dienst bij het faillissement van de dienstverlener voorkomt. Denk dan aan het doordraaien van een VPS. Dit kan bewerkstelligd worden met een contract tussen de afnemer en de ingeschakelde hostingserviceprovider.

Het antwoord is echter ‘nee’ als u de continuïteit volledig wil waarborgen. Met enkel het borgen van de hosting is de clouddienst namelijk lang niet altijd gered. Wat gebeurt er bijvoorbeeld wanneer er een essentiële beveiligingsupdate moet worden doorgevoerd? De afnemer zal hier in de meeste gevallen zelf niet toe in staat zijn. En hoe wordt er omgegaan met koppelingen met externe software? Hoe zijn de licenties daarvoor bijvoorbeeld geborgd?

Om een volledig dekkende continuïteitsregeling op te kunnen zetten, zal altijd naar de specifieke situatie en naar de organisatiestructuur van de clouddienstverlener gekeken moeten worden. 

De regeling

Continuïteit in de cloud vergt een goede continuïteitsregeling. De makkelijkste en meest kostenefficiënte weg is wanneer de clouddienstverlener deze regeling zelf treft en haar afnemers de mogelijkheid geeft om hierin te participeren. Natuurlijk kan de clouddienstverlener niet op haar eigen houtje garanderen dat de clouddienst blijft doordraaien ondanks een faillissement. Daarom moet er een derde onafhankelijke entiteit betrokken worden om deze taak te vervullen (de Stichting Continuïteit Internetdiensten).

 

De Stichting Continuïteit Internetdiensten sluit een raamovereenkomst met de clouddienstverlener over hoe de continuïteit het beste geregeld kan worden. De inhoud van deze overeenkomst zal afhangen van de soort dienst (IaaS, PaaS of SaaS), waar het eigendom ligt van de verschillende onderdelen binnen de onderneming en waartoe de clouddienstverlener bereid is.

 

De afnemer kan vervolgens toetreden tot de mantelovereenkomst middels een derdenbeding. Een derdenbeding houdt het volgende in: een bepaling (beding) in een overeenkomst waar een derde, dus een partij die geen partij is bij de betreffende overeenkomst, een beroep op kan doen en hetgeen de derde aldus (bijvoorbeeld door een verklaring) kan aanvaarden. Het derdenbeding hoeft alleen aanvaard te worden door de afnemer. De afnemer wordt hier ook wel begunstigde genoemd, daar hij of zij begunstigde is van de overeenkomst.

 

Op het moment dat de continuïteit daadwerkelijk in gevaar is, kan de afnemer aankloppen bij de Stichting Continuïteit Internetdiensten op grond van het derdenbeding. De stichting zal zich vervolgens inzetten om de diensten nog een poosje draaiend te houden.

Jurist, fiscalist en register valuator

Over het algemeen is er niet alleen juridische kennis nodig om de continuïteitsregeling in te richten, maar ook een fiscalist en/of accountant. Zo moet goed gekeken worden naar de eventuele gevolgen voor een aanspraak onder de WBSO-regeling of Innovatiebox. Er kunnen ook waarderingsvraagstukken spelen, en daarbij is er (soms) een register valuator nodig.

Kan het makkelijker?

Ja en nee. Het antwoord is ‘ja’ als de afnemer op zoek is naar een gedeeltelijke oplossing die, bijvoorbeeld, het direct offline gaan van de dienst bij het faillissement van de dienstverlener voorkomt. Denk dan aan het doordraaien van een VPS. Dit kan bewerkstelligd worden met een contract tussen de afnemer en de ingeschakelde hostingserviceprovider.

Het antwoord is echter ‘nee’ als u de continuïteit volledig wil waarborgen. Met enkel het borgen van de hosting is de clouddienst namelijk lang niet altijd gered. Wat gebeurt er bijvoorbeeld wanneer er een essentiële beveiligingsupdate moet worden doorgevoerd? De afnemer zal hier in de meeste gevallen zelf niet toe in staat zijn. En hoe wordt er omgegaan met koppelingen met externe software? Hoe zijn de licenties daarvoor bijvoorbeeld geborgd?

Om een volledig dekkende continuïteitsregeling op te kunnen zetten, zal altijd naar de specifieke situatie en naar de organisatiestructuur van de clouddienstverlener gekeken moeten worden.